EBIDAT - Die Burgendatenbank

Eine Initiative der Deutschen Burgenvereinigung Menu

Loowaard

Geschichte:

Het goed was in 1467 eigendom van Johan van den Loo. Deze Johan bewoonde echter het huis Enghuisen in Zevenhuizen. Mogelijk was toen het huis Loowaard nog niet gebouwd. In 1558 vond er een boedelscheiding plaats, waarbij Loowaard in het bezit kwam van Herman van den Loo, een achterkleinzoon van Johan van den Loo. Mogelijk hebben deze Herman en zijn echtgenote, Digna van Isendoorn, de Loowaard ingrijpend laten verbouwen in 1565. Herman overleed in 1569. Loowaard kwam toen in handen van zijn nichtje Elisabeth, die getrouwd was met Peter van Aldenbockum. Via het huwelijk van hun dochter Gertrud met Antony van Aeswyn ging Loowaard over in handen van de familie Aeswyn. Na de dood van Antony van Aeswyn kwam Loowaard via vererving in het bezit van Wessela van den Loo. Zij was getrouwd met Gisbert van Bodelschwingh. Zij bewoonden het huis niet meer zelf, maar verpachtten het als boerderij. In 1753 stierf het geslacht Von Bodelschwingh uit en de Loowaard vererfde op een Freiherr von Plettenburg-Heeren. Dit geslacht nam toen de naam Von Bodelschwingh-Plettenburg aan. Dit geslacht stierf uit aan het begin van de twintigste eeuw, waarna de Freiherr zu Inn- und Kniphausen de Loowaard erfde. Hij verkocht de Loowaard in 1918 aan de pachter H. van Sadelhoff. De familie Van Sadelhoff bleef hierna eigenaar van het huis.

Besitzgeschichte:
Das Gut Loowaard war im Jahr 1467 Eigentum von Johan van den Loo. Als Wohnsitz bevorzugte er jedoch Haus Enghuisen zu Zevenhuizen. 1558 wurde der Besitz der Familie van den Loo geteilt. Loowaard wurde Herman van den Loo zugesprochen, einem Urenkel Johans van den Loo. Wahrscheinlich haben dieser Herman und seine Gattin, Digna van Isendoorn, die Burg Loowaard 1565 tiefgreifend umbauen lassen. Herman starb 1569. Loowaard kam in den Besitz seiner Nichte Elisabeth, die mit Peter van Aldenbockum vermählt war. Ihre Tochter Gertrud heiratete Antony van Aeswyn und so gelangte Loowaard in die Hände der Familie Aeswyn. Nach dem Tod Antonys van Aeswyn wurde Loowaard an Wessela van den Loo vererbt. Sie war mit Gisbert von Bodelschwingh vermählt. Die beiden lebten nicht selbst in dem Haus, sondern vermieteten es als Bauernhof. 1753 erlosch die Familie von Bodelschwingh und ihr Besitz fiel an die Freiherren von Plettenberg-Heeren. Anfang des 20. Jh. gelangte Loowaard mit den übrigen Schlössern und Häusern der von Plettenberg an den Freiherrn von Inn- und Knipphausen. Er verkaufte Loowaard 1918 an den Pächter H. van Sadelhoff. Diese Familie besitzt das Gut noch immer

Bauentwicklung:

Het goed de Loowaard wordt al in 1467 genoemd als eigendom van Johan van den Loo. Vermoedelijk liet Herman van den Loo de Loowaard ingrijpend verbouwen tussen 1558 en 1569. De traptoren laat een ingemetselde steen zien met het jaartal 1565 of 1569 en een tekst. De steen is niet meer goed leesbaar. Wel zijn boven die steen de wapens van Herman van den Loo en zijn vrouw Digna van Isendoorn in een steen met renaissance-omlijsting aangebracht. Toen de vrijheren Van Bodelschwingh eigenaar werden van de Loowaard werd het huis als boerderij verpacht. Om het huis als boerderij in gebruik te laten nemen werd het in de achttiende eeuw deels afgebroken en verbouwd. Op een tekening van Jan de Beyer is de toestand in 1742 goed te zien: een boerderij die bestaat uit een groot voorhuis met een boerendeel daartegen aangebouwd. De tekening laat een voorhuis zien dat bestaat uit een rechthoekig tweebeukig gebouw met twee zadeldaken. Op de noordoosthoek van het voorhuis bevindt zich een achthoekige traptoren met een puntdak. De toren is voorzien van een fries van boogjes, die rusten op kraagstenen. Ook de oostgevel is voorzien van een fries met spitsboogjes. De trapgevels aan de voorzijde tonen nog de resten van ronde en overhoekse pinakels. Waarschijnlijk is de terp, waarop de Loowaard lag, in de negentiende eeuw opgehoogd. Dit zou verklaren waarom de vensters op de benedenverdieping zo dicht bij de grond zijn geplaatst. In 1930 werd de traptoren gerestaureerd. Ook vernieuwde men in dat jaar de boerderij achter het oude voorhuis.

Baubeschreibung:

Door een verbouwing in 1742 werd het huis geschikt gemaakt als boerderij. Hierdoor is alleen het huidige voorhuis nog oorspronkelijk. Dit voorhuis verkeert echter in slechte staat en onder andere de twee trapgevels van het voorhuis zijn in verval geraakt. Het voorhuis van de boerderij bestaat uit een tweebeukig huis met achtkantige traptoren uit de zestiende eeuw. Kasteel Loowaard ligt in een gebied, dat in overheidsplannen is aangewezen als noodoverloopgebied. Dit betekent, dat bij uitvoering van deze plannen Loowaard bij hoogwater onder water komt te staan.

Baugeschichte und -beschreibung
Das Gut Loowaard wurde schon 1467 als Eigentum Johans van den Loo erwähnt. Vermutlich ließ Herman van den Loo die Burg zwischen 1558 und 1569 tiefgreifend umbauen. Ein Stein in dem Treppenturm weist eine Bauinschrift mit der Jahreszahl 1565 oder 1569 auf. Über dem Stein hat man die Wappen von Herman van den Loo und seiner Frau Digna van Isendoorn in einen zweiten Stein mit Renaissancemotiven angebracht. Als die Freiherren von Bodelschwingh das Gut Loowaard im Besitz nahmen, wurde das Haus als Bauernhof verpachtet.
Um das Haus im 18. Jh. als Bauernhof nutzen zu können, wurde es teilweise abgerissen und die Reste umgestaltet. Auf einer Zeichnung von Jan de Beyer ist der Zustand des Hauses im Jahr 1742 gut zu erkennen: ein Bauernhof mit einem Vorderhaus und ein großes, hinten angebautes, Wirtschaftsgebäude. Die Zeichnung zeigt ein rechteckiges Vorderhaus in zwei Teilen und zwei Satteldächer. Auf der Nordostecke des Vorderhauses befindet sich ein achteckiges Treppenhaus. Dieser Turm war mit einem kleinen Bogenfries versehen. Auch der Ostgiebel hat einen kleinen Spitzbogenfries.
Wahrscheinlich wurde der Hügel, auf dem die Burg Loowaard gelegen war, im 19. Jh. erhöht. Das würde erklären, warum die Fenster im Erdgeschoss sich so nahe am Boden befinden. 1930 wurde der Treppenturm restauriert. Das alte Vorderhaus wurde 1930 um ein Hinterhaus erweitert.
Das zur Burg gehörende Gut Loowaard hatte einst eine Grundfläche von 144 Morgen und 367 Ruten
Um das Haus aus dem 15. Jh. im 18. Jh. landwirtschftlich als Bauernhof zu nutzten erfolgte die Niederlegung eines Teiles der Anlage. Es ist nicht ganz nachzuvollziehen, welche Bauteile des späteren Hauses noch aus dem Mittelalter datieren. Eine weitere Umgestaltung erfolgte 1930 durch einen Neubau an dem alten Vorderhaus. Der bauliche Zustand im zweiten Viertel des 18. Jh.s wird durch eine 1742 erstellte Zeichnung von Jan de Beyer illustriert.
W.L. und L.v.d.W.