EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Hamerden

Geschichte:

In 1367 werd in Westervoort al een Johan van Brienen genoemd, maar het is niet geheel duidelijk of hij toen ook al Hamerden bewoonde. In 1434 was Henrick van Brienen met zekerheid de eigenaar van Hamerden, dat een leen van Lathum was. Zijn dochter Griete erfde Hamerden. Griete was getrouwd met Egbert Scocke, die het huis in 1445 verkocht aan Franck van Wittenhorst. Deze Franck probeerde het goed in 1457 aan zijn zwager te verkopen, terwijl er al beslag op was gelegd door Cracht van Camphuysen. De zwager van Franck van Wittenhorst betaalde slechts een deel van de koopsom en kon zijn rechten op het goed niet volledig doen gelden. In 1481 werd het klooster Mariëngrave in Doesburg door de heer van Lathum met Hamerden beleend. Het is mogelijk dat Franck van Wittenhorst geld van dit klooster had geleend om Cracht van Camphuysen terug te kunnen betalen. Het blijkt dat het de Van Wittenhorsts gelukt is om hun rechten op Hamerden weer te doen gelden. In 1525 werd namelijk Jacob van Wittenhorst met het goed beleend. Het is bekend dat ook diens vader, die eveneens Jacob heette, het goed ook al weer had bezeten. In 1583 erkende graaf Willem IV van den Bergh Hamerden als havezate. De reden hiervoor was dat Roelof van Wittenhorst zich verdienstelijk had gemaakt als drost van Huissen. In 1636 kreeg Albert van Wittenhorst Hamerden in handen. Hij moest het eigenodm echter met zijn twee zusters delen. Het lukte hem niet hen uit te kopen, waardoor hij aan hen beiden een bepaald deel van de grond moest afstaan. Door verkoop van grond nam het landgoed tot een derde van de oorspronkelijke omvang af. Rond 1660 verpachtte men Hamerden als boerderij aan Jan Evers. Na het overlijden van Albert van Wittenhorst verkocht men Hamerden aan een van de schuldeisers. Deze nieuwe eigenaar was professor Samuel Tennullius. Zijn zuster droeg het huis als erfgename van de professor in 1697 over aan Willem Holtius. Tot 1735 bleef Hamerden in de familie Holtius. In dat jaar verkocht Pieter Laroque Hamerden namens zijn echtgenote Anna Maria Holtius aan de stad Arnhem. Arnhem was erg geïnteresseerd in de boerderij vanwege de zeggenschap over de handelsweg naar Duitsland. In de negentiende eeuw verkocht Arnhem de boerderij toen de overheid het onderhoud van de wegen ging bekostigen. Achtereenvolgens waren in de negentiende eeuw onder andere de families Ten Bossche, Van Sadelhoff en Wilting eigenaren van de boerderij. In 1901 kocht de familie Roelofs het complex. In 1936 ging Hamderden als gevolg van een huwelijk over in handen van de familie Kampschreurs, die het nog steeds in eigendom hebben.

Besitzgeschichte:
1367 wird bereits ein Johan van Brienen in Westervoort erwähnt, aber es ist nicht ganz klar, ob die Burg Hamerden zu diesem Zeitpunkt bereits existierte. 1434 war Henrick van Brienen mit Sicherheit Besitzer Hamerdens. Hamerden war ein Lehnsgut von Lathum. Van Brienens Tochter Griete erbte Hamerden. Sie war mit Egbert Scocke verheiratet, der die Burg 1445 an Franck van Wittenhorst verkaufte. Der neue Besitzer versuchte 1457 das Gut an seinen Schwager zu veräußern. Hammerden war jedoch bereits von Cracht van Camphuysen beschlagnahmt worden. Der Schwager zahlte nur einen Teil der Kaufsumme und erhielt nicht alle Rechte an dem Gut Hamerden. Im Jahr 1481 wurde das Kloster Mariëngrave zu Doesburg von dem Herren von Lathum mit Hamerden belehnt. Der Familie von Wittenhorst gelang es nicht, alle ihre Rechte auf Hamerden durchzusetzen. Im Jahr 1525 wurde Jacob van Wittenhorst mit dem Gut belehnt. 1583 wurde die Burg Hamerden von dem Grafen Willem IV als Havezate anerkannt. 1636 erhielt Albert van Wittenhorst Hamerden. Er musste das Eigentum aber mit seinen zwei Schwestern teilen. Im Laufe der Zeit wurden von dieser Familie viele Grundstücke verkauft. Demzufolge wurde das Gut Hamerden immer kleiner . Um 1660 verpachtete man Hamerden als Bauernhof an Jan Evers. Nach dem Tod von Albert van Wittenhorst verkauften seine Erben Hamerden an einen der Kreditoren, Professor Samuel Tennullius. Dessen Schwester übertrug das Haus als Erbe im Jahr 1697 an Willem Holtius. Bis 1735 gehörte Hamerden der Familie Holtius. In diesem Jahr veräußerte Pieter Laroque Hamerden im Namen seiner Gattin Anna Maria Holtius an die Stadt Arnheim. Arnheim hatte Interesse an dem Bauernhof wegen einem nahegelegenen Handelsweg nach Deutschland. Im 19. Jh. verkaufte die Stadt Arnheim den Besitz. Als Besitzer lassen sich im 19. Jh. die Familien Ten Bossche, Van Sadelhoff und Wilting nachweisen. 1901 kaufte die Familie Roelofs den Komplex und vererbte ihn 1936 an die Familie Kampschreurs. Die Familie Kampschreurs ist noch immer im Besitz des Anwesens.

Bauentwicklung:

Het is onduidelijk wanneer Hamerden precies is gebouwd. Momenteel bestaat Hamerden uit een rechthoekig voorhuis en een grote stal, die men aan de oostzijde van het voorhuis heeft aangebouwd. Het rechthoekige voorhuis van de boerderij bestaat uit twee vierkante gebouwen die door een lange smalle gang met elkaar zijn verbonden. De noord- en zuidzijde van dit deel vormen de korte kanten van het voorhuis. Dit grondplan had het huis ook al min of meer in 1742, toen Jan de Beyer Hamerden tekende. Het oudste deel van het huis is het zuidelijke bouwdeel. Dat dateert waarschijnlijk uit 1612. Op dit deel van het huis stond vroeger een windvaan met het jaartal 1612. Dit deel van het huis is na 1742 verlaagd en als gevolg hiervan ging de trapgevel verloren. In deze zuidbouw zijn nog enkele dichtgemetselde twee- en vierlichtsvensters te zien, die men heeft voorzien van zandstenen lateien, midden- en onderdorpels. Ook laat de tekening duivengaten in de gevel zien, waaruit blijkt de eigenaar vroeger het recht van duivenslag bezat. Het noordelijke bouwdeel is jonger dan het zuidelijke en werd mogelijk in 1684 gebouwd. Enkel dit bouwdeel beschikt deels over een overwelfde kelder. Een muuranker in dit gebouw laat het getal 168 zien, dat volgens de tekening van Jan de Beyer het jaartal 1684 moet zijn geweest. Waarschijnlijk heet dit jaartal betrekking op de bouw van deze vierkante aanbouw. Hier verwijderde men ook de trappen van de gevel. Bovendien metselde men meerdere kruisvensters dicht om aan de belastingen te ontkomen, die per venster werden geheven. In 1736 verbouwde men het huis tot een boerderij. Hierbij bouwde men aan de oostzijde een deel aan. Een restauratie van Hamerden vond in 1961 en 1962 plaats. Vroeger was het huis omgeven door een gracht. Dat lijkt tegenwoordig niet meer het geval te zijn.

Baubeschreibung:

Het is onduidelijk hoe het huis Hamerden er tijdens de Middeleeuwen heeft uitgezien. Momenteel bestaat Hamerden uit een rechthoekig voorhuis en een grote stal, die men aan de oostzijde van het voorhuis heeft aangebouwd. Het zuidelijke deel van het voorhuis dateert uit de zestiende of begin zeventiende eeuw. Zowel het zuidelijke als het noordelijke deel van het huidige voorhuis meten ongeveer 9 bij 9 meter. Deze twee delen zijn met elkaar verbonden door een gang, die ongeveer 1,25 meter breed is. Het totale voorhuis meet dan ook ongeveer 9 bij 19,25 meter.

Baubeschreibung
Wann die Burg Hamerden erbaut worden ist, ist nicht bekannt. Heute stellt sich Hamerden als ein rechteckiges Vorderhaus mit einem großen Stall dar. Diesen Stall hat man an der Ostseite des Vorderhauses angebaut. Das rechteckige Vorderhaus des Bauernhofes besteht aus zwei viereckigen Gebäuden, die durch einen langen, schmalen Koridor miteinander verbunden sind. Die Nord- und Südseite dieses Korridors bilden die kurzen Seiten des Vorderhauses.
Diesen Grundriss hatte das Haus auch schon im Jahr 1742, als Jan de Beyer Hamerden zeichnete. Der älteste Teil des Hauses ist der südliche Bauteil, der vermutlich in das Jahr 1612 datiert. Dieser Teil wurde nach 1742 abgesenkt und so verschwand der Treppengiebel.
Der nördliche Bauteil des Hauses ist jünger und wurde vermutlich 1684 aufgeführt. Nur dieser Bauteil hat einen überwölbten Keller. Ein Maueranker lässt die Jahreszahl ‘168’ sehen. Die Zeichung Jan de Beyers weist aus, dass es sich um die Jahreszahl 1684 gehandelt haben muss. Wahrscheinlich nimmt diese Jahreszahl Bezug auf den Anbau des viereckigen Teils des Hauses. Auch hier hat man die Treppengiebel verändert. Außerdem hat man verschiedene Kreuzstockfenster zugemauert, um weniger Steuern zahlen zu müssen. Die Steuer bemaß sich aus der Anzahl von Fenstern . Im Jahr 1736 baute man das Haus zu einem Bauernhof um. Der südliche sowie der nördliche Teil des heutigen Vorderhauses waren etwa 9 x 9 m groß.
Diese zwei Teile sind miteinander durch einen Korridor von etwa 1,25 m Breite verbunden. Das ganze Vorderhaus ist also etwa 9 x 10, 25 m groß. An der östlichen Seite wurde etwa zur gleichen Zeit ein Bauteil angefügt. 1961 und 1962 wurde Hamerden restauriert. Früher war das Haus von einem Graben umgeben.
W.L. und L.v.d.W.