EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Parck, De

Geschichte:

In het Gelders leenregister komt de Parck niet voor. Het is dan ook geen leen geweest, maar een vrij, allodiaal goed.
De eerste maal dat van De Parck gesproken werd is in 1437. Het werd toen 'eene bouwing' genoemd, 55 en eene halve morgen groot en behorend tot Gerrit Schoenswaen. Hij had het waarschijnlijk van zijn vader, Hendricx Schoenwaen, gekregen.
In 1442 droegen Gerrit en zijn vrouw Bele of Beel de Parck op aan Jan Dass en zijn erven, waarbij het als 'een huis en hofstede met een steenen kamer' aangeduid werd. Mogelijk was het een zogenaamde (landheers-)kamer.
Jan Dass had twee dochters en zij erven na zijn dood ieder de helft van het park. Dochter Gheertken, getrouwd met Taicken en dochter Gueytken, getrouwd met Hueymans, krijgen meerdere kinderen en de Parck blijft verdeeld onder de nakomelingen van Jan Dass.
In 1490 werd de Parck weer verenigd; Hendrick Borre van Dornick, Heer in Doornik koopt het hele park van de verschillende erven. De Parck is dan 110 morgen groot.
De Parck was nu in handen gekomen van een edelman, en ging tot in het begin van de 19e eeuw van het ene naar het andere geslacht.
In 1509 kocht Dirck van Stepraedt de heerlijkheid van zijn zwager, Henrik van Dornick junior. Dirck van Stepraedt trouwde met Agnes van Dornick. Waarschijnlijk had hij op het door hem gekochte landgoed het kasteel laten bouwen, dat wij op de 18e eeuwse afbeeldingen kunnen zien.
Na de dood van Dirck in 1541 werd zijn zoon Peter, heer van de Parck. Hij stierf in 1587. Omdat hij geen kinderen had werd de Parck onder zijn broeders en zusters verdeeld.
Van 1490 tot 1646 is de Parck achtereenvolgens eigendom geweest van verschillende adellijke geslachten, zoals Dornick, Stepraedt, Salland, Eck, Torck, Goltsteyn en Bronckhorst. Van 1646 tot in het begin van de 19e eeuw bleef De Parck in het geslacht Lynden. De laatste van Lynden, J.K. Godfried, stierf in 1806 kinderloos. Een deel van het kasteel is dan inmiddels verhuurd. Deze huurder vertrok in 1810 en vanaf die tijd werd het kasteel niet meer bewoond. De erfgenamen verkochtten het aan de heer van Wylick. Het huis is dan verwaarloosd.
In 1818 werd het kasteel gesloopt en de landerijen verkocht aan de Dullaert Stichting.

Besitzgeschichte:
De Parck war ein allodiales Gut und wird in den Schriftquellen erstmals 1437 erwähnt. Es wurde als 'eene bouwing' bezeichnet, ‘55 en eene halve morgen groot en behorend tot Gerrit Schoenswaen’. Der erwähnte Gerrit hatte das Gut vermutlich von seinem Vater, Hendrick Schoenwaen, bekommen.
1442 übertragen Gerrit und seine Frau Bele (Beel) De Parck den Besitz an Jan Dass und seine Erben. De Parck wird als 'een huis en hofstede met een steenen kamer' (Steinkammer) bezeichnet. Die Interpretation dieses Terminus ist nicht unproblematisch, da der Begriff “Steinkammer” einen in Stein errichteten Wohnbau als auch einen steineren Speicherbau bezeichnen kann.
Jan Dass hatte zwei Töchter und sie erbten beide die Hälfte des Gutes nach den Tod ihres Vaters. Die Tochter Gheertken, verheiratet mit Taicken, und Tochter Gueytken, verheiratet mit Hueymans, hatten jeweils mehrere Kinder und De Parck blieb denzufolge lange Zeit aufgeteilt in den Händen der Erben von Jan Dass.
1490 wurde das geteilte Gut De Parck erneut zusammengeführt. Hendrick Borre van Dornick, Herr zu Doornik kauft das ganze Gut von den Erben. De Parck ist zu diesem Zeitpunkt 110 Morgen groß. Von nun an wechselt das Gut bis 1646 häufig seine Besitzer. Von 1646 bis zum Anfang des 19. Jh.s gehört De Parck dem Geschlecht Lynden. Der letzte von Lynden, J.K. Godfried, stirbt kinderlos 1806. Ein Teil der Burg wurde bis 1810 vermietet. In der Folgezeit steht die Anlage leer: Nach der Veräußerung an den Herrn van Wylick verfällt das Anwesen und wird schließlich 1818 abgerissen.

Bauentwicklung:

De eerste maal dat van De Parck gesproken wordt is in 1437. Het wordt dan 'eene bouwing' genoemd, 55 en eene halve morgen groot en behorend tot Gerrit Schoenswaen. In 1442 wordt de Parck omschreven als 'een huis en hofstede met een steenen kamer'. Mogelijk was het een zogenaamde (heren-)kamer. Wanneer de Parck, zoals het zich op 18e en 19e eeuwse afbeeldingen voordoet, gebouwd werd is niet bekend. In 1509 koopt Dirck van Stepraedt de heerlijkheid. Waarschijnlijk heeft hij het kasteel laten (ver)bouwen, dat wij op de 18e eeuwse afbeeldingen kunnen zien. In van der Aa (1847) staat dat de Parck een deftig herenhuis was met een hoge sierlijke toren van een uurwerk voorzien, rondom in grachten (...). Het huis was oorspronkelijk omgeven door een gracht met ophaalbrug en omgeven door tuinen. In 1818 is De Parck geheel afgebroken en gesloopt.

Baubeschreibung:

Over de typologie van dit kasteel is niets bekend en geven de bronnen ook geen duidelijkheid.
Het is lastig afmetingen te bepalen van het kasteelterrein op basis van de kadastrale minuut. Het is onduidelijk wat precies behoort tot hoofd- of voorburcht. Op de kadastrale minuut is weliswaar een rechthoekig terrein te zien, waarbinnen het kasteel gelegen heeft, maar de grachten van dit terrein lijken niet dezelfde te zijn geweest als de begrenzingen van het middeleeuwse kasteelterrein. Mogelijk is het middeleeuwse terrein in later tijden uitgebreid.

Baugeschichte und -beschreibung
Unklar ist, wann die uns von verschiedenen Bildquellen des 18. und 19. Jh.s bekannte Burg De Parck errichtet wurde. Umbauten erfolgten nach dem Erwerb der Anlage durch Dirk von Steprath, der sich 1509 als neuer Besitzer nachweisen lässt. Laut van der Aa (1847) war De Parck ein üppiges Landhaus mit einem Turm. Das Haus war damals offenbar von einem Graben umgeben. Ferner gehörte zu dem Adelssitz ein großer Garten. Es ist schwierig etwas auf der Grundlage der Katasterkarte über die Ausdehnung der Anlage zu sagen und es muss offen bleiben welches Gelände Standort der Haupt- bzw. Vorburg war.
L.v.d.W.