EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Millingen, Huis te

Geschichte:

Het is niet duidelijk wanneer het huis gebouwd werd, maar dit gebeurde in elke geval vóór de eerste vermelding in 1355. De heerlijkheid Millingen was leenroerig aan de graven van Kleef en werd in leen uitgegeven aan de heren van Byland. In 1233 wordt reeds Theodoricus Doys vermeld. In 1274 was de heer van Byland Willem Doys, zoon van Theodoricus. Willems zoon heette wederom Theodoricus (Diederik of Dirk) en noemde zich sinds 1294 Theodoricus Deus van Bilant. Hij trouwde met Sophia van der Leck en kreeg twee zoons, Johan en Otto. Johan kreeg een dochter, Sophia, die in 1348 trouwde met Willem van den Bergh. Hierdoor kwam Byland, en daarmee ook Millingen, in handen van het geslacht Bergh. In 1365 schonk Willem van de Bergh de heerlijkheid Millingen aan zijn dochter Elisabeth bij haar huwelijk met Johan, heer van Lynden. Van haar kleinzoon Johan kocht Willem van der Leck, heer van den Bergh, in 1430 Millingen terug. Het huis Millingen daarentegen was leenroerig aan de heerlijkheid Ooij en werd in 1355 door Willem van den Bergh in achterleen uitgegeven aan Bartout Herberensz. van Oy. In 1417 overleed de laatste mannelijke nakomeling van deze Bartout, en kreeg diens weduwe Geertruida het vruchtgebruik over het huis tot ook zij overleed in 1470. De heren van Bergh verbleven niet zelf in Byland en Millingen, maar plaatsten er een rentmeester. Aanvankelijk resideerde die in kasteel Byland, maar toen dit in de 16e eeuw onbewoonbaar werd door de veranderende loop van de Waal, verplaatsten zij hun zetel naar Millingen. In 1615 wordt de Rosenburg te Millingen genoemd als ambtshuis; het is helaas niet zeker of hiermee het 'huis te Millingen' bedoeld wordt. Tot 1611 vererfde de heerlijkheid Millingen regelmatig. In dat jaar stierf Herman van den Bergh zonder mannelijke nakomelingen, en ging Millingen, als een Kleefs mansleen, naar zijn broer Frederik. Diens kleindochter Maria Clara trouwde in 1666 met Maximiliaan van Hohenzollern-Sigmaringen, waardoor Millingen in het bezit van het geslacht Hohenzollern kwam. In deze periode raakte het huis te Millingen in verval; in de 18e eeuw was er weinig meer van over en vielen de resten ten prooi aan de rivier. In 1837 werd het verkocht aan F. C. Colenbrander.

Bauentwicklung:

Het is niet duidelijk wanneer het kasteel gebouwd werd, maar waarschijnlijk gebeurde dit onder het geslacht Doys. Het huis te Millingen werd in 1499 door de Kleefse troepen verwoest, en in 1510 weer opgebouwd. Ook dit kasteel werd verwoest; volgens Van der Aa werd het in 1672 belegerd en kapot geschoten door de Fransen. In 1768 zouden er alleen nog de hoofdmuren gestaan hebben, die door de rivier verzwolgen zouden zijn. Dit is echter niet bewezen, maar zeker is dat het huis in verval raakte en in de 18e eeuw ten prooi viel aan de rivier. De voorburcht, waarop enkele oude huizen stonden, werd een eeuw later afgebroken. Rond 1900 werd het terrein waarop de voorburcht stonden afgegraven en de grachten, die nog zichtbaar waren, vereffend. Van het uiterlijk van het gebouw zelf is weinig bekend; het had een slotkapel en een voorburcht.

Baubeschreibung:

Van het uiterlijk van het gebouw zelf is weinig bekend. Het kasteel had een slotkapel en een voorburcht.