EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Meinerswijk

Geschichte:

In 1233 werd er al een ministeriaal van de graaf van Gelre aangeduid met de naam Van Meinerswijk, maar het is onbekend of er toen al een kasteel stond. Het goed Meinerswijk werd het eerst genoemd in 1294 en was toen in bezit van de graven van Gelre. Later verdween het echter uit de bronnen en het kasteel werd pas weer genoemd in 1437, toen Gijsbert van Mekeren ermee beleend werd. Het kasteel was toen een leen van Rosande, dat aan de overkant van de Rijn gelegen was. Waarschijnlijk werd het goed Meinerswijk eind 15e eeuw in twee delen gesplitst. In 1504 werd Johan van Mekeren, als voogd van zijn neef Johan van Mekeren Gijsbertszoon, beleend met het deel van Meinerswijk waarop het kasteel gelegen was. Meinerswijk raakte vervolgens betrokken bij de strijd om Rosande, waardoor het niet altijd even duidelijk was -ook niet voor de direct betrokkenen- wie het goed in bezit had.
Karel van Gelre veroverde Rosande in 1515 op het geslacht Schellart van Obbendorp, waarmee hij ook Meinerswijk verkreeg. In 1521 was het ene deel van het goed bezit van Johan van Mekeren en het andere, dat gelegen was 'opten Praest' van Gijsbert ten Wal uit Arnhem. Aangezien het kasteel niet op dit deel lag, is dit minder van belang.
In 1539 werd Frederik Schellart van Obbendorp weer heer van Rosande. Het huis Meinerswijk bleef in bezit van het geslacht Van Mekeren. Zij raakten echter in geldnood en waren gedwongen hun bezit eind 17e eeuw te verkopen aan Johan Everhard Van der Heijden. Het deel van Meinerswijk op de Praest werd in 1698 ook eigendom van Van der Heijden, die daardoor beide delen van het goed verenigde.

Bauentwicklung:

Het is niet bekend wanneer en door wie kasteel Meinerswijk gebouwd werd. Volgens opgravingen in 1989 was Meinerswijk een simpel omgracht huis met een T-vorm en had het huis een traptoren.
Volgens een tekening van Jan de Beyer uit 1742 bestond het huis toen uit een rechthoekig hoofdgebouw met een zadeldak en aan de rechterkant een uitbouw met een fronton. Tegen de linkerkant van het hoofdgebouw stond een zijvleugel met een toren tegen de ene helft van de korte zijde. Tegen de andere helft van de toren stond een lager gebouw. Het geheel was omgeven door een muur met een poort, zodat een binnenplaats omsloten werd. Aan de buitenzijde van deze muur, rechts van het huis, bevond zich een schuur of koetshuis. Het geheel was omgracht. Het is niet bekend wanneer het huis afgebroken werd; in 1853 werden de nog bestaande resten van het kasteel Meinerswijk opgeruimd.

Baubeschreibung:

Volgens opgravingen in 1989 was Meinerswijk een simpel omgracht huis met een T-vorm en had het huis een traptoren.
Volgens een tekening van Jan de Beyer uit 1742 bestond het huis toen uit een rechthoekig hoofdgebouw met een zadeldak en aan de rechterkant een uitbouw met een fronton. Tegen de linkerkant van het hoofdgebouw stond een zijvleugel met een toren tegen de ene helft van de korte zijde. Tegen de andere helft van de toren stond een lager gebouw. Het geheel was omgeven door een muur met een poort, zodat een binnenplaats omsloten werd. Aan de buitenzijde van deze muur, rechts van het huis, bevond zich een schuur of koetshuis. Het geheel was omgracht.