EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Sterkenburg

Geschichte:

Sterkenburg is niet lang voor 1261 gesticht, vermoedelijk door Gijsbert van Wulven. Ernst van Sterkenburg, waarschijnlijk de zoon van Gijsbrecht, was vermoedelijk de eerste die zich Van Sterkenburg noemde. Het kasteel vererfde in 1456 op de echtgenoot van Ernst's kleindochter Catharina, Wouter van IJzendoorn. Ruim een eeuw lang bleef het in de familie Van IJzendoorn. De zoon van de erfdochter Mechteld van IJzendoorn, Antonie van Aeswijn, erfde kasteel Sterkenburg in 1618. In 1646 ging het vervolgens over in handen van zijn neef en naamgenoot Antonie van Aeswijn. Deze werd echter al in het daaropvolgende jaar door een onbekende dader vermoord. Zijn vrouw baarde hem postuum een dochter, Antonetta, die later trouwde met Gijsbrecht van Mathenesse. Door een reeks sterfgevallen vererfde Sterkenburg uiteindelijk op het driejarige achterneefje van Gijsbrecht, Willem van Mathenesse. Hij stierf echter een jaar later, waardoor zijn zuster Florentina vrouwe van Sterkenburg werd. Zij overleefde haar man en kinderen en verkocht het huis in 1725 aan Catharina van Heusden, de weduwe van de uitgeweken hugenoot Johan Frederik Mamuchet van Houdringe. Haar zoon erfde het kasteel, maar stierf zonder nakomelingen, waardoor Sterkenburg overging op zijn zuster Johanna Catharine Mamuchet van Houdringe, getrouwd met Jan Jacob van Westrenen. Deze liet vastleggen dat het goed altijd onverdeeld over moest gaan op de oudste zoon. Jan Jacob's achterkleinzoon, eveneens Jan Jacob geheten, overleed in 1827 kinderloos op 25-jarige leeftijd, waardoor er geen directe mannelijke erfgenaam meer was. Zijn halfzuster, A.M.C. van Westrenen, en haar echtgenoot mr. Pieter Antonie Hinlopen, kochten daarop in 1829 Sterkenburg op een openbare veilig, om het in 1848 te verkopen aan mr. Karel Johan Kneppelhout. Zijn achterkleinkinderen verkochten het kasteel (maar niet de rest van het landgoed) in 1978 aan Hendrik de Groot. Deze is inmiddels overleden en het huis is in 2005 verkocht aan nieuwe eigenaars.

Bauentwicklung:

Sterkenburg is een polygonaal kasteel met aan de naar het oosten gelegen aanvalszijde een grote ronde toren. Het kasteel is waarschijnlijk in de tweede helft van de dertiende eeuw gesticht, zoals afgeleid kan worden uit het baksteenformaat van 31,5 x 14,5 x 8 cm van de bakstenen in de noordelijke keermuur van het kasteel. Deze muur is waarschijnlijk oorspronkelijk de schildmuur geweest. De oorspronkelijke vorm van het kasteel is niet met zekerheid bekend, maar is wel met enige waarschijnlijkheid te reconstrueren. Het middeleeuwse grondplan van het kasteel was waarschijnlijk een gestrekte vijfhoek met zijden van ongeveer 15 m. De grote ronde toren is waarschijnlijk later aan het kasteel toegevoegd, zoals blijkt uit de anorganische aansluiting met de vermoedelijke schildmuur en het afwijkende baksteenformaat van 29/30 x 14 x 7,5/8 cm. Deze toren, met een doorsnede van ongeveer 10 m., had oorspronkelijk 3 bouwlagen, en daar zijn op zijn laatst in de vijftiende eeuw nog drie bouwlagen bovenop gezet. De onderste bouwlagen hebben een muurdikte van ruim 2,5 m, en er zijn geen stookplaatsen en toiletten, wat erop duidt dat deze toren in de eerste plaats een militaire functie had. Uit tekeningen uit de achttiende eeuw blijkt dat de ronde toren een tegenhanger had aan de zuidzijde van het kasteel, waar een vierkante toren van waarschijnlijk eveneens zes bouwlagen hoog stond. Zoals afgeleid kan worden uit bouwhistorische details, stamt deze toren waarschijnlijk eveneens nog uit de vijftiende eeuw. De torens maakten deel uit van een ringbebouwing rond een binnenplaats. In de ringmuur was een naar voren springend vrij hoog poortgebouw aangebracht, dat waarschijnlijk ook uit de vijftiende eeuw stamt. De waarschijnlijk middeleeuwse woonbebouwing binnen de muur is in de achttiende- en negentiende eeuw grotendeels gesloopt. In 1676 gaf Jan André van Westrenen opdracht om het kasteel gedeeltelijk af te breken. Hij liet een nieuwe vleugel optrekken ongeveer ter plaatse van het poortgebouw. Deze had twee bouwlagen met een hoge mezzanino, een vijf-assig front met de ingang in de tweede travee van rechts. Deze vleugel sprong ten opzichte van de ronde toren een flink eind naar voren. De vierkante toren aan de zuidzijde werd gesloopt, waardoor het kasteel een hoefijzervorm kreeg.
In 1848 liet Karel Kneppelhout de middeleeuwse vleugel aan de achterzijde en de 18de-eeuwse frontvleugel slopen. Op de plek van de achttiende-eeuwse vleugel werd tussen 1848 en 1851 op de oude funderingen een nieuwe vleugel opgetrokken. De ingang van het huis werd verplaatst naar de middelste travee, waardoor het huis weer een symmetrische aanblik kreeg. Op de plaats van de middeleeuwse vleugel werd een terras aangelegd dat begrensd wordt door een lage muur die de omtrek van de oude bebouwing volgt. De ronde toren werd voorzien van een rondboogfries, een gekanteelde borstwering en in de muren werden ramen uitgehakt. In 1867 werd er een nieuwe vierkante toren opgetrokken. Deze lag niet op de plek van de oude vierkante toren, maar werd verder naar voren geplaatst om duidelijker als tegenhanger van de ronde toren te dienen. Het huis kreeg bovendien een dubbele brug, zodat eigenaar en personeel niet over dezelfde brug het kasteel hoefden binnen te gaan. Sindsdien is het huis nauwelijks veranderd. Om (verder) verval tegen te gaan heeft dhr. De Groot gedeeltes van het huis laten restaureren.
Het kasteel is gelegen in een park dat ontstaan is uit een tuin met een formele aanleg die in de eerste helft van de zeventiende eeuw werd gerealiseerd. Deze tuin is in de eerste helft van de negentiende eeuw enigszins aangepast.

Baubeschreibung:

Sterkenburg is een polygonaal kasteel met, aan de naar het oosten gelegen aanvalszijde, een grote ronde toren. Het middeleeuwse grondplan van het kasteel was waarschijnlijk een gestrekte vijfhoek met zijden van ongeveer 15 m. De ronde toren, met een doorsnede van ongeveer 10 m., had oorspronkelijk 3 bouwlagen, en daar zijn nog drie bouwlagen bovenop gezet. De onderste bouwlagen hebben een muurdikte van ruim 2,5 m. Er zijn geen stookplaatsen en toiletten, wat erop duidt dat deze toren in de eerste plaats een militaire functie had. De ronde toren had een tegenhanger aan de zuidzijde van het kasteel, waar een vierkante toren van waarschijnlijk eveneens zes bouwlagen hoog stond. De torens maakten deel uit van een ringbebouwing rond een binnenplaats. In de ringmuur was een naar voren springend vrij hoog poortgebouw aangebracht.