EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Rosande

Geschichte:

De bezitsgeschiedenis van Rosande is gecompliceerd. Het kasteel was een leen van Doorwerth. Al in 1299 werd een geslacht Van Resande genoemd, maar een kasteel is dan nog niet bekend. In 1382 werd een familie Tengnagel van Rosande vermeld, maar het is niet zeker dat zij Rosande bezaten. In 1413 en 1428 werd Dirk van Arnhem met het kasteel beleend. Zijn zoon Wijnand stierf in 1482, waarna Rosande aan zijn zuster Elisabeth kwam, die getrouwd was met Evert van Wilp. Hun zoon Evert werd ermee beleend in 1500. Na zijn dood in 1505 ging Rosande naar zijn zuster Belia, gehuwd met Arend van Middachten, maar zij stierf kort daarna. Filips de Schone, die Gelre in 1505 veroverd had, gaf Rosande in leen aan Diederik van Bronkhorst, wiens moeder een stiefzuster was van Belia van Wilp. Er waren echter meer gerechtigde aanspraken: Margaretha van Arnhem, een zuster van de eerder genoemde Wijnand, eiste Rosande op. In 1506 werd het aan haar toegewezen. Zij gaf het aan haar dochter Adriana van Broeckhuysen, gehuwd met Andries Vissenich. Andries gaf Rosande in bewaring aan zijn stiefzoon, Johan Schellart van Obbendorp. Na diens dood had zijn zoon Frederik recht op Rosande. In 1515 veroverde hertog Karel van Gelre Rosande echter met geweld, waarbij het grotendeels verwoest werd. Karel kocht het kasteel van Wijnand van Arnhem, een bastaardzoon die er geen recht op had, en gaf in 1519 het vruchtgebruik aan Philips van der Reck van Sommeren. In 1523 verkocht Karel het kasteel aan Jacob van Appeltern, domdeken van Utrecht, die er een nieuw kasteel liet neerzetten. Hij stierf in 1526, waarna Karel het kasteel weer terug kreeg. In 1538 werd het nieuwe kasteel weer afgebroken. Er werd daarna waarschijnlijk geen echt kasteel meer gebouwd, maar slechts een landhuis. Pas in 1539 werd Frederik Schellard van Obbendorp weer in ere hersteld als heer van Rosande. Hij stierf in 1559, waarna zijn zoon Johan beleend werd met Rosande, door zijn broer Daem, die door huwelijk heer van Doorwerth was geworden. Na Johans dood kreeg zijn vrouw Agnes het beheer over het kasteel. Bij de dood van Daems vrouw in 1581 werd de zoon van Daem, Johan, heer van Doorwerth en Rosande. Diens zoon Daem Wilhelm Schellard van Obbendorp kreeg Rosande na hem. Hij stierf in 1627, waarna zijn zoon Johan Albrecht heer werd. Door schulden werd hij in 1661 gedwongen Rosande te verkopen aan Arent van Wassenaer, heer van Duivenvoorde, Voorschoten en Veur. Hij stierf in 1674, waarna zijn zoon Frederik Willem in 1684 beleend werd met Rosande. Hij verkocht het in 1698 aan Frederik Willem, vrijheer van Spaen. Diens zoon Alexander Diederik kreeg het in 1735 en na diens dood in 1764 werd zijn vrouw ermee beleend in 1776. Zij stierf in hetzelfde jaar en liet Rosande na aan haar zoon Johan Frederik Willem. Na diens dood ging het naar zijn dochter Gijsberta Maria Carolina. Zij stierf in 1846 en liet Rosande na aan de kleinzoon van haar zuster Justine, Adolf Jan Derk graaf van Rechteren, maar liet het vruchtgebruik aan Johan Frederik Willem Alexander baron van Spaen. Adolf stierf in 1863 en liet het eigendom van Rosande na aan de zoon van zijn zuster Justine, Jan Dirk baron van Wassenaer. In 1885 stierf ook Johan van Spaen, waarna Jan van Wassenaer ook het vruchtgebruik verkreeg.

Besitzgeschichte:
Die Besitzgeschichte von Rosande ist kompliziert. Bei der Burg handelt es sich um ein Lehnsgut, das zu Doorwerth gehörte. Schon 1299 wurde ein Geschlecht von Rosande erwähnt, während weitere Hinweise auf die Burg fehlen. 1382 findet in den Schriftquellen eine Familie Tengnagel von Rosande Erwähnung. Es ist jedoch unklar, ob diese auch die Burg Rosande im Besitz hatten. 1413 und 1428 wird Dirk von Arnheim mit der Burg belehnt. Sein Sohn Wijnand starb 1482 und danach kam Rosande an seine Schwester Elisabeth, die mit Evert von Wilp vermählt war. Philipp der Schöne, der Geldern 1505 erobert hatte, gab Rosande als Lehnsgut an Diederik von Bronkhorst. In den folgenden Jahren wechselte Rosande einige Male den Besitzer.1515 wurde die Burg von Herzog Karl von Geldern erobert. Karl kaufte die Burg von Wijnand von Arnheim und er veräußerte sie 1524 an Jacob von Appeltern zu Utrecht. Dieser ließ eine neue Burg am selben Platz erbauen..Nach seinem Tod 1526 fiel die Anlage an Herzog Karl zurück. 1538 wurde die neue Burg abgerissen. Danach wurde vermutlich keine Befestigung mehr errichtet, sondern ein Landhaus, das in die Hände von Frederik Schellard von Obbendorp gelangte. Dieser Herr von Rosande starb 1559. Bis 1661 blieb Rosande aber das Eigentum der Familie Obbedorp. In diesem Jahr war die Familie aufgrund von Schulden gezwungen, Rosande an Arent van Wassenaer, Herr von Duivenvoorde, Voorschoten und Veur, zu verkaufen, Sein Sohn veräußerte das Haus 1698 an Frederik Willem, Freiherr von Spaen. Seine Enkelin hinterließ das Haus 1846 dem Enkel ihrer Schwester, Adolf Jan Derk Graf von Rechteren.

Bauentwicklung:

Het is niet bekend wanneer het kasteel Rosande gebouwd werd. Van het uiterlijk is alleen bekend dat de hoofdburcht 34 x 29 meter mat, en de voorburcht ongeveer dezelfde grootte had. De breedte van de gracht was 8 meter. Bij de aanval van Karel van Gelre in 1515 brandde het kasteel af. Door Jacob van Appeltern werd in 1523 een nieuw kasteel gebouwd, dat echter in 1538 alweer werd afgebroken. Waarschijnlijk werd er daarna geen kasteel meer gebouwd, maar slechts een landhuis, dat ten tijde van de Franse revolutie verwoest werd. Er werd weer een nieuw huis gebouwd, wat in het midden van de 19e eeuw afgebroken werd. Of er daarna een nieuw gebouw kwam, is niet bekend.

Baubeschreibung:

Van het uiterlijk is alleen bekend dat de hoofdburcht 34 x 29 meter mat en de voorburcht ongeveer dezelfde grootte had. De breedte van de gracht was 8 meter.

Baugeschichte und -beschreibung
Es ist nicht bekannt in welchem Jahr die Burg errichtet wurde. Wir wissen nur, dass die Hauptburg etwa 34 x 29 m groß war. Die Vorburg hatte wahrscheinlich die gleiche Größe. Die Breite des Grabens betrug 8 m. 1515 wurde die Burg von einem Feuer zerstört. Jacob von Appeltern erbaute 1523 eine neue Burg, die 1538 abgerissen wurde. An die Stelle der Befestigungsanlage trat ein Landhaus, das in der französischen Zeit vernichtet wurde. Ein Nachfolgebau wurde im 19. Jh. abgerissen.
S.R. und L.v.d.W

Arch-Untersuchung/Funde:

Opgravingen door A. E. Van Giffen, 1939. RAAP 1999