EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Loevestein

Geschichte:

Loevestein ligt in het land van Altena, dat vanouds in bezit was van de graven van Holland. Het werd door hen in leen uitgegeven aan de heren van Altena, uit het geslacht van Horne. In 1264 werd het stuk land waar later slot Loevestein zou komen te staan door Willem van Horne in achterleen gegeven aan de cisterciënzerorde. In 1333 vertrokken de monniken, maar het land heette nog steeds het 'Monnikenland'.
Het is waarschijnlijk dat kort hierna al begonnen werd met de bouw van een woontoren, de huidige Waaltoren, door Gerard II van Horne. Gerard stierf in 1345 en werd opgevolgd door zijn halfbroer Willem VI van Horne. Willem weigerde in 1356 de graaf van Holland te dienen in diens strijd met Jan van Arkel, de bisschop van Utrecht. Daarom werd zijn halfbroer, Dirk Loef van Horne, met Altena beleend. Willem VI stierf in 1357, met achterlating van een zoontje van enkele weken oud, Willem VII. Dirk bouwde tussen 1357 en 1368 de woontoren uit tot het slot Loevestein. Hij hief tol op de rivieren en eiste belastingen van de bevolking van het land van Altena, hetgeen een recht van de graaf was.
In 1368 werd Willem VII meerderjarig, maar Dirk weigerde hem het bezit waar hij recht op had. Toch werd hem dit door hertog Albrecht van Beieren toegewezen; Dirk behield alleen het kasteel Loevestein zelf. De hertog wilde daarmee zorgen dat Dirks macht verkleind werd. In 1378 vertrok Dirk met zijn broer Arnoud naar Luik, waar Arnoud prins-bisschop was geworden. Waarschijnlijk werd het kasteel daarna door Willem bewoond, tot hertog Albrecht het in 1385 zelf in bezit nam.
Hij stelde er een rentmeester aan, Bruysten van Herwijnen. In 1397 weigerde hij rekenschap af te leggen, waarna Albrecht zijn zoon Willem van Oostervant het kasteel liet belegeren. Daarna werden er door de graven van Holland steeds slotvoogden op het kasteel gesteld.
In 1568 werd Loevestein veroverd door de Spanjaarden. Herman de Ruyter heroverde het kasteel in 1570, maar het werd meteen weer heroverd door de Spanjaarden. In 1572 werd het door de Watergeuzen veroverd, waarna het onder het gezag bleef van de Staten van Holland. Sinds 1614 fungeerde het als officiële staatsgevangenis.
In 1795 werd het slot veroverd door de sansculottes. Napoleon schonk het in 1810 aan de Fransen, maar vanaf 1813 werd het weer eigendom van de Nederlandse staat, die het nog steeds in bezit heeft.

Bauentwicklung:

Waarschijnlijk werd de Waaltoren eerst gebouwd als een alleenstaande woontoren, mogelijk al rond 1335. Van 1357 tot 1368 werd deze toren omgebouwd tot het huidige kasteel Loevestein, door Dirk Loef van Horne. Het kasteel bestond uit een rechthoekig hoofdgebouw met aan de achterzijde (westzijde) een uitspringende traptoren. Aan de voorzijde (oostzijde) staan twee torens tegen het hoofdgebouw aan: links de Maastoren, rechts de Waaltoren, die 4 meter buiten de breedte van het hoofdgebouw uitspringt. De hoogte van het hoofdgebouw is 18 meter; de nok van het dak ligt op 26 meter hoogte. De Maastoren is 22 meter hoog en de Waaltoren 24 meter. De muren van hoofdgebouw en torens zijn 1,5 - 1,8 meter dik. Het hoofdgebouw heeft een zadeldak, de torens ingesnoerde achtkantige spitsen.
Het hoofdgebouw heeft een kelder, een hoofdverdieping, een bovenverdieping en een zolder. Op de hoofdverdieping ligt een grote zaal van 20 x 8,3 meter, en een kamer (kemenade) van 8,7 x 8,7 meter. De bovenverdieping is op dezelfde wijze in twee delen verdeeld, evenals de zolder. De beide torens hebben vier verdiepingen boven de kelder.
Voor het kasteel lag een voorburcht van 40 x 60 meter. De voorburcht werd in 1385 versterkt met een ringmuur. Op de zuidoostelijke en de noordwestelijke hoek stond een toren. Op de voorburcht stonden verschillende gebouwen. Voor- en hoofdburcht waren omgeven door een gracht.
Bij de belegering in 1397 stortten de zuidoostelijke hoektoren en een deel van de muur in. De ronde Kruittoren werd gebouwd op de plaats van de ingestorte toren. Deze toren heeft een binnendoorsnede van 6,21 meter en muren van 2 meter dik. De muren van de toren zijn 12 meter hoog, de achtkantige spits is 6 meter hoog. Het hele complex werd omgeven door een aarden wal met torens op de vier hoeken en daarom heen een tweede gracht.
De Waaltoren, die nog zijn oorspronkelijke hoogte had, werd tussen 1461 en 1464 verhoogd naar zijn huidige 24 meter. Tussen 1494 en 1500 werden de Maas- en Waaltorens door een 12 meter hoge en 1 meter dikke muur verbonden, met in het midden een vooruitspringende poorttoren. Zodoende wordt een kleine binnenplaats omsloten. Op de voorburcht werd een poorttoren gebouwd, die toegang gaf tot de valbrug naar de hoofdburcht. De omringende aarden wal werd verhoogd en verbreed. Op de noordwestelijke hoek verrees een toren met een doorsnede van 29,5 meter.
Van 1575-1580 werd Loevestein op last van Willem van Oranje omgebouwd tot een fort; er werden wallen en grachten om het kasteel aangelegd. Hierbij werd de eerdere ringmuur weer verwijderd; alleen de noordwestelijke toren werd in de nieuwe verdedigingswerken opgenomen. In de eerste helft van de 17e eeuw werd de gracht aan de noord- en oostzijde van de voorburcht gedempt. Aan het einde van de 17e eeuw werden de poorttoren en de noordwestelijke toren op de voorburcht afgebroken.
Rond 1700 werd een groot deel van de bebouwing binnen de wallen gesloopt. Op de voorburcht bleven alleen de twee torens en het 'Oude Tuighuis', gelegen tegen de Kruittoren, staan. Langs de hele noordzijde van de voor- en hoofdburcht werd een rij huisjes gebouwd. In 1740 stortte het bovendeel van de poorttoren in en werd het huidige lessenaardak aangebracht.
Eind 18e eeuw werden de oostelijke muur van de voorburcht, de poorttoren en de daarbij behorende verdedigingstoren afgebroken. In 1781 werd op de plaats van de verdedigingstoren het Arsenaal gebouwd. De gracht om de hoofdburcht werd gedempt, met uitzondering van het gedeelte tussen de hoofd- en voorburcht.
In 1853-1854 werd het fort opnieuw uitgebreid om het aan te passen aan de functie die het had in de Nieuwe Hollandsche Waterlinie. De tongewelven van de kelders werden vervangen. Ramen, deuren en schietgaten werden verplaatst. Het dak van de traptoren werd vervangen. De topgevel aan de noordkant van het hoofdgebouw werd vervangen door een schuin aflopende gevel. De laatste Middeleeuwse gebouwen op de voorburcht werden afgebroken.
Na de Eerste Wereldoorlog was het kasteel uitgewoond en verwaarloosd. Vanaf de Eerste Wereldoorlog werd Loevestein in een langzaam tempo gerestaureerd. Deze restauratie was pas eind jaren 60 gereed. In de jaren 70 en 80 van de twintigste eeuw restaureerde men de wallen en bijgebouwen.

Baubeschreibung:

Oorspronkelijk was Loevestein een compact zaaltorenkasteel, met een hoofdgebouw met drie verdiepingen boven een kelder en twee torens.
Slot Loevestein ligt tegenwoordig in een vijfhoekig fort. Het slot zelf bestaat uit een rechthoekig hoofdgebouw met aan de achterzijde een uitspringende traptoren en aan de voorzijde twee grotere torens. Deze zijn met elkaar verbonden door een muur met daarin een poorttoren.